Citaat | Raad van State 5 februari 2014
Alinea 142 Raad van State 5 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:285.
25.4. Hetgeen het college heeft betoogd leidt niet tot het oordeel dat het gebrek wel is hersteld. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 november 2013 in zaak nr. 201211640/1/R2) kan, indien de ten tijde van de referentiedatum geldende vergunning niet meer of niet meer geheel van kracht is, de vergunde situatie op de referentiedatum niet zonder meer als uitgangspunt worden genomen bij de beoordeling van de vraag of de aangevraagde situatie leidt tot een toename van stikstofdepositie. De reden hiervoor is dat uit het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2010, C-226/08, Stadt Papenburg, (www.curia.europa.eu), volgt dat een op de referentiedatum vergund project niet alsnog passend beoordeeld hoeft te worden zolang dit project wordt voortgezet. Hieruit wordt afgeleid dat bij de aangevraagde situatie slechts de op de referentiedatum beoordeelde stikstofdepositie kan worden betrokken voor zover het project dat de depositie tot gevolg heeft is voortgezet. Van voorzetting van het project is in ieder geval geen sprake indien een vergunning niet meer of niet meer geheel van kracht is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2e6c661aa88bf88bc6c4c008d772ca4fefa18db9fed16d66bf14e68dcceed7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2e6c661aa88bf88bc6c4c008d772ca4fefa18db9fed16d66bf14e68dcceed7a, en de alinea staat in dat document op bytes 53802 tot 54937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2e6c661aa88bf88bc6c4c008d772ca4fefa18db9fed16d66bf14e68dcceed7a | shasum -a 256