Citaat | Raad van State 5 februari 2014
Alinea 36 Raad van State 5 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:295.
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door in het kader van zijn beroep op artikel 14 gelezen in samenhang met artikel 8 van het EVRM te overwegen dat geen sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat van artikel 2, eerste lid, van de Wkb moet worden afgeweken, heeft miskend dat in zijn geval het doel van het koppelingsbeginsel niet kan worden verwezenlijkt. [appellant] voert aan dat hij en zijn gezin niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst omdat zij het risico lopen op een behandeling als verboden in artikel 3 EVRM. Voorts voert [appellant] aan dat zijn minderjarige dochter in armoede opgroeit, terwijl zij op grond van artikel 27 IVRK recht heeft op een adequate levensstandaard en de Staat op grond van artikel 18 IVRK is gehouden ouders bij te staan in hun opvoedtaken. [appellant] stelt verder dat zijn dochter er niets aan kan doen dat haar ouders geen verblijfsvergunning hebben en niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adf38701cb64b719735eae943810d81af8cb7ab45158ed157ab8144b7fc2d69e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adf38701cb64b719735eae943810d81af8cb7ab45158ed157ab8144b7fc2d69e, en de alinea staat in dat document op bytes 10697 tot 11690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adf38701cb64b719735eae943810d81af8cb7ab45158ed157ab8144b7fc2d69e | shasum -a 256