Citaat | Raad van State 5 februari 2014

Alinea 40 Raad van State 5 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:295.

4.4. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Belastingdienst zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet toekennen van een kindgebonden budget 2011 aan [appellant] niet strijdig is met artikel 14 gelezen in verbinding met artikel 8 van het EVRM. De door [appellant] gestelde omstandigheden, dat hij ongewenst is verklaard en niet met zijn gezin naar het land van herkomst kan terugkeren ten gevolge waarvan zijn dochter in een lastige situatie verkeert, zijn ieder voor zich geen bijzondere omstandigheden die in dit geval de weigering van een kindgebonden budget strijdig doet zijn met het discriminatieverbod in samenhang met het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. Voorts overweegt de Afdeling dat de omstandigheid dat [appellant] en zijn dochter onder het bestaansminimum moeten leven omdat zij niet naar het land van herkomst kunnen terugkeren, niet kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die zou moeten leiden tot het buiten toepassing laten van de Koppelingswet en uiteindelijk tot de verstrekking van een kindgebonden budget omdat het kindgebonden budget niet strekt tot het waarborgen van bestaansminimum. Ook als de genoemde omstandigheden, voor zover relevant, in onderling verband worden beschouwd, zijn zij niet zo bijzonder dat daarom de Koppelingswet buiten toepassing gelaten zou moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adf38701cb64b719735eae943810d81af8cb7ab45158ed157ab8144b7fc2d69e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adf38701cb64b719735eae943810d81af8cb7ab45158ed157ab8144b7fc2d69e, en de alinea staat in dat document op bytes 14757 tot 16138.