Citaat | Raad van State 6 augustus 2014
Alinea 27 Raad van State 6 augustus 2014
Een alinea uit Raad van State 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2978.
4.3. Uit de uitspraken van de Afdeling van 10 december 2003 en 16 februari 2011 volgt, anders dan het college meent, niet dat de in artikel 13 vervatte zorgplicht zonder meer is gericht tot degene die feitelijk in staat is om een verontreiniging van de bodem te voorkomen of ongedaan te maken. Allereerst is van belang dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 heeft verricht, of dat dergelijke handelingen aan hem kunnen worden toegerekend. Dat laatste was het geval in de uitspraken van 10 december 2003 en 16 februari 2011, waarin het uitvoeren van rangeerbewegingen kon worden toegerekend aan de drijver van het rangeerterrein en het plaatsen en gebruiken van een brandstoftank ten behoeve van rioleringswerkzaamheden aan de aannemer van die werkzaamheden. Aangezien die drijver en die aannemer redelijkerwijs konden vermoeden dat de bodem kon worden verontreinigd of aangetast door de aan hen toe te rekenen handelingen, rustte op hen de zorgplicht van artikel 13. Daarom waren zij verplicht om alle maatregelen te nemen waartoe zij feitelijk in staat waren en die redelijkerwijs van hen konden worden gevergd om verontreinigingen of aantastingen te voorkomen of ongedaan te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42836da23c3ef2d0fa0f8dacc4504f36adaafd3ad0cbfa0207752b26089e98fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42836da23c3ef2d0fa0f8dacc4504f36adaafd3ad0cbfa0207752b26089e98fc, en de alinea staat in dat document op bytes 11783 tot 13008.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42836da23c3ef2d0fa0f8dacc4504f36adaafd3ad0cbfa0207752b26089e98fc | shasum -a 256