Citaat | Raad van State 31 juli 2014

Alinea 23 Raad van State 31 juli 2014

Een alinea uit Raad van State 31 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2979.

3. De staatssecretaris klaagt in de enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu de vreemdeling niet uit Nederland kan vertrekken, het als terugkeerbesluit geldende besluit van 4 augustus 2006 zonder betekenis is, dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat een inreisverbod kan worden gebaseerd op voormeld terugkeerbesluit en dat hij zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling mogelijk op langere termijn uit Nederland kan vertrekken, nu dit een toekomstige onzekere gebeurtenis betreft. Voorts klaagt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de omstandigheid dat de vreemdeling niet kan worden uitgezet en niet uit Nederland kan vertrekken, geen reden is om krachtens artikel 66a, achtste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) van het uitvaardigen van een inreisverbod af te zien. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 25 juni 2013 in zaak nr. 201208588/1/V1 betoogt de staatssecretaris hiertoe dat de omstandigheid dat de vreemdeling niet kan worden uitgezet en niet uit Nederland kan vertrekken, onverlet laat dat uit voormeld terugkeerbesluit van rechtswege een vertrekplicht voor de vreemdeling voortvloeit en dat hij daarom terecht een inreisverbod tegen de vreemdeling heeft uitgevaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70b3cb0db6b537d08b4baab7b11f19a2fa0471e8bf658f56619878b670a37c15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70b3cb0db6b537d08b4baab7b11f19a2fa0471e8bf658f56619878b670a37c15, en de alinea staat in dat document op bytes 7171 tot 8543.