Citaat | Raad van State 13 augustus 2014

Alinea 46 Raad van State 13 augustus 2014

Een alinea uit Raad van State 13 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3002.

Voorop wordt gesteld dat de minister een grote mate van beoordelingsvrijheid heeft om te bepalen of de Nederlandse internationale betrekkingen schade kunnen lijden als gevolg van openbaarmaking van informatie. Een visum voor kort verblijf is geldig in het gehele Schengengebied. Om die reden worden, voordat een visum wordt afgegeven, de persoonsgegevens uitgewisseld tussen de Schengenstaten en dienen deze staten de afgifte van een visum in een individueel geval goed te keuren. Ter zitting heeft de minister nader toegelicht dat de consultatie en de uitkomst ervan vertrouwelijk is en dat deze vertrouwelijkheid ook wordt toegezegd aan de Schengenstaten. Daartoe heeft de minister gewezen op de volgende regelgeving en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Schengen uitvoeringsovereenkomst (Trb. 1990, 145) bepaalt het uitvoerend comité de gevallen waarin de afgifte van een visum afhankelijk is van de raadpleging van de centrale autoriteit van de betrokken overeenkomstsluitende partij en, in voorkomend geval, van de raadpleging van de centrale autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen. Ingevolge het derde lid, aanhef en onder c, neemt het uitvoerend comité daarenboven de nodige beslissingen betreffende de voorwaarden voor visumverlening aan de grens. In het Besluit van het uitvoerend comité van 23 juni 1998 in samenhang bezien met het Besluit van het uitvoerend comité van 14 december 1993 dienen bepaalde documenten een vertrouwelijk karakter te behouden. In de gemeenschappelijke visuminstructie is de raadplegingsprocedure verder uitgewerkt. Naar de minister ter zitting heeft verklaard volgt de vertrouwelijkheid van de consultaties en de uitkomst ervan uit bijlage 5 bij de gemeenschappelijke visuminstructie. De minister heeft geen afschrift van deze bijlage kunnen overleggen omdat deze vertrouwelijk is. De Afdeling ziet evenwel geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van de minister dat de consultaties een vertrouwelijk karakter hebben. Nu de Schengenstaten aanwijzingen omtrent vertrouwelijkheid in het kader van de visumaanvraag dienen op te volgen, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat de minister in redelijkheid het belang van de betrekkingen van Nederland met de geconsulteerde staten zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van openbaarheid. Derhalve heeft de minister artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob aan de weigering ten grondslag mogen leggen, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d8a195e51df333057bbc4caf06f3ef02cba632ff97a937c476357d4cb5b4a41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d8a195e51df333057bbc4caf06f3ef02cba632ff97a937c476357d4cb5b4a41, en de alinea staat in dat document op bytes 19324 tot 21869.