Citaat | Raad van State 13 augustus 2014

Alinea 57 Raad van State 13 augustus 2014

Een alinea uit Raad van State 13 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3002.

[appellant] betoogt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de intrekkingsbesluiten en weigeringsbesluiten ook namen van tekenbevoegde ambtenaren bevatten die niet met een beroep op het belang van de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer mochten worden geweigerd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 12 juni 2013 in zaak nr. 201112236/1/A3 moeten de ambtenaren die besluiten krachtens mandaat hebben ondertekend in beginsel aanvaarden dat hun namen met de ondertekening van de besluiten naar buiten komen. Hierbij is van belang dat de burgers moeten kunnen controleren of die ambtenaren tot de ondertekening van die besluiten bevoegd waren. Gelet daarop heeft de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob vervatte belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de ambtenaren waarvan de namen in de intrekkingsbesluiten en weigeringsbesluiten zijn vermeld, prevaleert boven het belang van openbaarmaking van die gegevens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d8a195e51df333057bbc4caf06f3ef02cba632ff97a937c476357d4cb5b4a41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d8a195e51df333057bbc4caf06f3ef02cba632ff97a937c476357d4cb5b4a41, en de alinea staat in dat document op bytes 26652 tot 27733.