Citaat | Raad van State 20 augustus 2014
Alinea 69 Raad van State 20 augustus 2014
Een alinea uit Raad van State 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3111.
2.7. De Afdeling stelt vast dat de bestemmingsplannen binnen de agrarische bestemmingen solitaire windturbines mogelijk maken en dat het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid" door middel van een wijzigingsbevoegdheid een windpark mogelijk maakt in het nationale landschap Groene Hart. Dit is niet in overeenstemming met artikel 32 van de PRVS nu provinciale staten blijkens het vierde lid daarvan windturbines buiten het windgebied Wieringermeer alleen hebben willen toestaan in windparken in lijnopstellingen van minimaal zes windturbines die buiten bepaalde gebieden, waaronder nationale landschappen, liggen waarbij bestaande solitaire windturbines dan wel verouderde lijnopstellingen worden gesaneerd. Daaraan ligt een ruimtelijk belang ten grondslag, nu uit de toelichting bij artikel 32 van de PRVS volgt dat provinciale staten belang hebben toegekend aan het behoud van de openheid van het landschap in Noord-Holland en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Provinciale staten hebben zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid het belang van het behoud van de openheid van het landschap in Noord-Holland en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit daarvan als provinciaal belang kunnen aantrekken. Daarbij hebben zij in redelijkheid in aanmerking kunnen nemen dat windturbines door hun afmetingen en zichtbaarheid over grote afstand een impact op de ruimte in het landelijk gebied hebben. Dit geldt ook voor windturbines met kleine afmetingen, zoals de windturbines die binnen de agrarische bestemmingen mogelijk zijn gemaakt. Provinciale staten hebben ook in redelijkheid in aanmerking kunnen nemen dat de bouw van windturbines binnen bestaand bebouwd gebied impact kan hebben op de beleving van de openheid van het landschap buiten de stad. Dat in de Leidraad de oprichting van windturbines binnen nationale landschappen niet categorisch is uitgesloten doet aan het voorgaande niet af. De Leidraad is vastgesteld toen in de PRVS windturbines in nationale landschappen nog niet waren uitgesloten. Provinciale staten mogen naar aanleiding van gewijzigde maatschappelijke inzichten en na afweging van alle betrokken belangen de provinciale verordening wijzigen. Naar het oordeel van de Afdeling hebben provinciale staten bij de afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het belang van het behoud van de openheid van het landschap en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit daarvan dan aan de belangen die met een onbelemmerde ontwikkeling van windturbines zijn gemoeid. De Afdeling ziet in artikel 9e, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat uit die bepaling volgt dat met de aanleg van windparken met een vermogen van ten minste 5 tot 100 MW een provinciaal belang is gemoeid, betekent niet dat met de beperking van de oprichting van solitaire windturbines geen provinciaal belang gemoeid kan zijn. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college artikel 32 van de PRVS buiten toepassing had moeten laten vanwege strijd met artikel 4.1 van de Wro. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d298bfdc5cb2fade52475fa8d6671640edc61be5c7643f21fff211d64bb1b649. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d298bfdc5cb2fade52475fa8d6671640edc61be5c7643f21fff211d64bb1b649, en de alinea staat in dat document op bytes 21708 tot 24866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d298bfdc5cb2fade52475fa8d6671640edc61be5c7643f21fff211d64bb1b649 | shasum -a 256