Citaat | Raad van State 27 augustus 2014

Alinea 40 Raad van State 27 augustus 2014

Een alinea uit Raad van State 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3207.

6.1. De rechtbank heeft in hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd over de inbreuk op hun privacy en de vermindering van zonlichttoetreding terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Bij de ruimtelijke onderbouwing is een bezonningsstudie gevoegd, waarbij de mate van vermindering van zonlichttoetreding in beeld is gebracht. Het college heeft zich op grond daarvan in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vermindering van zonlichttoetreding als gevolg van het bouwplan niet onevenredig is. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat [appellanten] het tegendeel niet aannemelijk hebben gemaakt. [appellanten] hebben evenmin aannemelijk gemaakt dat de aantasting van hun privacy zodanig is dat de rechtbank daarin aanleiding had moeten zien voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot het verlenen van de omgevingsvergunning heeft kunnen komen. Daarbij is van belang dat alleen vanuit twee hoekappartementen in de tuinen van hun woningen kan worden gekeken en dat het bouwplan ter beperking van het zicht op de tuinen voorziet in een borstwering. Dat ondanks deze borstwering nog zicht op de tuinen mogelijk is, maakt dat niet anders, nu [appellanten] niet aannemelijk hebben gemaakt dat het zicht daardoor niet enigszins wordt beperkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bde19e837ebe9b4d186daeb1126a6e841de6ef0d8bb2e711030b93afafc7302b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bde19e837ebe9b4d186daeb1126a6e841de6ef0d8bb2e711030b93afafc7302b, en de alinea staat in dat document op bytes 16922 tot 18289.