Citaat | Raad van State 5 februari 2014

Alinea 45 Raad van State 5 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:322.

7. [appellant] betoogt tevergeefs dat de voorzieningenrechter niet heeft onderkend dat het college bij het nemen van het besluit van 8 augustus 2012, dat bij besluit van 22 januari 2013 in stand is gelaten, heeft gehandeld in strijd met het verbod van vooringenomenheid. Dat in het ontwerpbestemmingsplan Woonwijken Zuid en West, dat op 31 oktober 2013 is vastgesteld, voor de woningen gelegen aan de Einthovenlaan te Heemstede een maximale gevelhoogte en maximale bouwhoogte van 6 meter is opgenomen en alleen voor de woning van [belanghebbende] de bouw- en gevelhoogte is bepaald op maximaal negen meter, geeft voor dat oordeel geen aanleiding. Dat het college, volgens [appellant], reeds in 2009 wist dat voor de panden in de Einthovenlaan in dat bestemmingsplan de maximale bouwhoogte zou worden vastgesteld overeenkomstig de feitelijke situatie, leidt niet tot een ander oordeel. De bewoners van de Einthovenlaan hebben, evenals [belanghebbende], de mogelijkheid gehad om het college te vragen om planologische medewerking aan de realisering van een dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcaeaafd60ed4b17908ef9f62bd09d0c0b7eb4fff397ee924aa6b84c3fe6c75e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcaeaafd60ed4b17908ef9f62bd09d0c0b7eb4fff397ee924aa6b84c3fe6c75e, en de alinea staat in dat document op bytes 16656 tot 17779.