Citaat | Raad van State 5 februari 2014

Alinea 42 Raad van State 5 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:331.

11.1. De last onder dwangsom van 29 november 2011 strekt ertoe dat het zwembad in overeenstemming wordt gebracht met de bij het besluit van 8 juni 2009 behorende bouwtekening. Op deze tekening is niet voorzien in een constructie met een oppervlakte van 52 m² met een vlonder. Derhalve zijn de dwangsommen van rechtswege verbeurd. Voorts dient te worden bezien of in hetgeen [appellant] heeft betoogd een omstandigheid is gelegen op grond waarvan het college van invordering had behoren af te zien. Zoals de Afdeling eerder bij uitspraak van 31 augustus 2011 in zaak nr. 201100003/1/H1, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig, dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. [appellant] is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hem door de wethouder mededelingen zijn gedaan waaraan hij het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat het college niet zou overgaan tot invordering van verbeurde bedragen als hij een vlonder zou plaatsen. Dat door de wethouder op 14 februari 2012 uitlatingen zijn gedaan over het aanbrengen van een verwijderbare constructie, wat daar ook van zij, is daarvoor onvoldoende. Met de voorts door [appellant] ter zitting naar voren gebrachte stelling dat de wethouder tijdens een op 29 oktober 2012 met een zakenpartner en een adviseur van [appellant] gevoerd gesprek bleef bij de opvatting dat een constructie met een horizontale en een verticale component, welke laatste inmiddels eveneens was aangebracht, voldoende was om materieel aan de last te voldoen, heeft [appellant], wat er verder van die stelling zij, evenmin aannemelijk gemaakt dat aan hem mededelingen zijn gedaan waaraan hij het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat het college niet zou overgaan tot invordering van verbeurde bedragen. In dit verband is van belang dat de bevoegdheid tot het nemen van een invorderingsbesluit niet berust bij een wethouder, maar bij het college, en niet is gebleken dat de wethouder de gestelde mededeling namens het college heeft gedaan. Het college heeft het besluit niet in strijd met het vertrouwensbeginsel genomen. Er is derhalve geen omstandigheid aanwezig als gevolg waarvan het college had moeten besluiten van invordering af te zien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12f5d3fa93b9d4f62dc92e0fef0245900b3b87d153293ab3d727a753810c2fa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12f5d3fa93b9d4f62dc92e0fef0245900b3b87d153293ab3d727a753810c2fa4, en de alinea staat in dat document op bytes 13875 tot 16242.