Citaat | Raad van State 1 oktober 2014

Alinea 60 Raad van State 1 oktober 2014

Een alinea uit Raad van State 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3553.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 9 mei 2012 in zaak nr. 201106237/1/A1) komen de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Ter bepaling of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals hier aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75b4fcd1eb66b47c58367575065e6411c1eb0329f9614a99f382694beb1cadb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75b4fcd1eb66b47c58367575065e6411c1eb0329f9614a99f382694beb1cadb0, en de alinea staat in dat document op bytes 27813 tot 28630.