Citaat | Raad van State 1 oktober 2014

Alinea 68 Raad van State 1 oktober 2014

Een alinea uit Raad van State 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3553.

14.2. Blijkens de nota van toelichting bij artikel 2, derde lid, van het Bpb (Stb. 1993, 763) moet het daarbij gaan om uitzonderlijke gevallen, waarin strikte toepassing van het forfaitaire vergoedingsstelsel onrechtvaardig uitpakt, bijvoorbeeld een geval waarin de burger door gebrekkige informatieverstrekking door de overheid op uitzonderlijk hoge kosten voor het verzamelen van het benodigde feitenmateriaal is gejaagd. De omstandigheid dat de procedure lang heeft geduurd omdat de raad steeds opnieuw op het bezwaar van [Hotel-Restaurant] diende te beslissen levert geen bijzondere omstandigheid op, als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat de rechtbank had moeten afwijken van de wijze van vaststelling van de kosten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bpb, en dat zij de werkelijk gemaakte kosten had dienen vast te stellen. Het besluit van 24 april 2008 waartegen beroep is ingesteld en waarmee de onderhavige procedure bij de rechtbank is aangevangen kan, anders dan [Hotel-Restaurant] betoogt, niet worden aangemerkt als een besluit dat tegen beter weten in is genomen en waarvan de raad duidelijk moest zijn dat dat geen stand zou houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75b4fcd1eb66b47c58367575065e6411c1eb0329f9614a99f382694beb1cadb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75b4fcd1eb66b47c58367575065e6411c1eb0329f9614a99f382694beb1cadb0, en de alinea staat in dat document op bytes 31080 tot 32308.