Citaat | Raad van State 1 oktober 2014

Alinea 38 Raad van State 1 oktober 2014

Een alinea uit Raad van State 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3568.

3.2. De rechtbank heeft het betoog van [appellant] dat het college met toepassing van artikel 7.22 van het Bouwbesluit handhavend dient op te treden, terecht niet gevolgd. Artikel 7.22 van het Bouwbesluit is, gelet op de nota van toelichting bij dit artikel (Stb. 2011, 416, blz. 342-343), een restbepaling die door het bevoegd gezag kan worden toegepast indien het naar zijn oordeel noodzakelijk is op te treden tegen het gebruik van een bouwwerk, open erf of terrein vanwege gevaarzetting, dreigende aantasting van de volksgezondheid of overmatige hinder, en meer specifieke bepalingen geen mogelijkheid bieden op te treden. De wetgever heeft er bij het vaststellen van artikel 2.18, eerste lid, aanhef, onderdelen a en i, van het Activiteitenbesluit voor gekozen om te bepalen dat bij de in acht te nemen geluidniveaus het stemgeluid van kinderen en van medewerkers van - in dit geval - de kinderopvang op het buitenterrein van het perceel buiten beschouwing blijft. Ten aanzien van die vormen van geluid kan derhalve slechts in uitzonderlijke gevallen worden aangenomen dat zich overlast, als bedoeld in artikel 7.22 van het Bouwbesluit, voordoet. Het college heeft zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door [appellant] gestelde geluidhinder niet zodanig is dat "Het Postkantoor" daardoor in strijd handelt met artikel 7.22 van het Bouwbesluit. Daarbij wordt betrokken dat gemeentelijke toezichthouders tijdens verschillende controles op het perceel geen spelende kinderen op het buitenterrein hebben waargenomen en dat [appellant] zijn verzoek niet heeft onderbouwd met op zijn individuele situatie toegespitste bewijsstukken. De stelling van [appellant] dat het geluid van speelgoed en -toestellen op het buitenterrein van het perceel aanleiding geeft voor handhavend optreden met toepassing van artikel 7.22 van het Bouwbesluit, acht de Afdeling evenmin aannemelijk gemaakt. Tenslotte bieden ook de verslagen van de bezoeken van toezichthouders aan het perceel geen grond voor het oordeel dat daarop verontreiniging plaatsvindt, als bedoeld in artikel 7.22 van het Bouwbesluit. In dat verband heeft het college ter zitting van de Afdeling toegelicht dat het een aantal keren heeft geconstateerd dat de klep van de container nabij het hekwerk niet volledig gesloten kon worden, maar dat dit geen structurele situatie betreft. De Afdeling ziet in de door [appellant] overgelegde foto van het hekwerk op het achtererf ook overigens geen grondslag om tot handhavend optreden over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb60ea21838f6951ca340522ff900eb227b72acf382c836b198df4464c3df81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb60ea21838f6951ca340522ff900eb227b72acf382c836b198df4464c3df81, en de alinea staat in dat document op bytes 12509 tot 15069.