Citaat | Raad van State 8 oktober 2014

Alinea 132 Raad van State 8 oktober 2014

Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3602.

27.1. Het college stelt zich op het standpunt dat Prisma en ASR niet onevenredig worden benadeeld door het bestreden besluit. In dat verband betoogt het college onder meer dat het vorige plan de ontwikkelingen niet bij recht mogelijk maakte, maar uitsluitend op basis van een vrijstellingsbevoegdheid, dat van de mogelijkheden van het vorige plan tot nu toe geen gebruik is gemaakt en dat er nog geen concrete bouwinitiatieven zijn. Daarnaast wijst het college erop dat in de Verordening al in 2007 opvanglocaties voor perifere detailhandel zijn aangewezen. Sindsdien is bekend op welke plaatsen perifere detailhandel wel en niet kan worden toegestaan, aldus het college. Het plangebied is in de Verordening nooit als opvanglocatie aangewezen. Prisma en ASR hadden volgens het college dan ook al geruime tijd kunnen weten dat perifere detailhandel op bedrijventerrein Prisma niet door de provincie zou worden toegestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd4a334473225001330a3cd8ebec7c90762e76c60a0a3856df2a0651189e956. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd4a334473225001330a3cd8ebec7c90762e76c60a0a3856df2a0651189e956, en de alinea staat in dat document op bytes 47428 tot 48361.