Citaat | Raad van State 8 oktober 2014

Alinea 33 Raad van State 8 oktober 2014

Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3603.

3. [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]) betoogt dat de voorzieningenrechter niet heeft onderkend dat het college niet bevoegd was preventieve lasten onder dwangsom op te leggen voor het gebruik van het pand voor kamerverhuur. Daartoe voert [appellant sub 1] aan dat geen dreigende overtreding aanwezig was voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan, zodat het college in de besluiten van 15 augustus 2012 ten onrechte geen begunstigingstermijn heeft opgenomen. In dit kader wijst hij op de omstandigheid dat het pand op 15 augustus 2012 al voor kamerverhuur werd gebruikt en er dus al een overtreding was. Hij stelt hiertoe dat ten behoeve van een aantal kamers op 15 augustus 2012 al huurovereenkomsten waren gesloten ten behoeve van toekomstig gebruik, hetgeen volgens hem een overtreding van het in artikel 32, eerste lid, van de planvoorschriften opgenomen gebruiksverbod inhoudt. Daarnaast blijkt volgens [appellant sub 1] uit drie door hem overgelegde huurovereenkomsten dat drie kamers ten tijde van belang al waren verhuurd en in gebruik genomen door drie mannen uit Slowakije. De gemeente Leiden heeft voorts het pand eerder in gebruik gegeven aan bewoners ten behoeve van antikraak, aldus [appellant sub 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d1ebeb53847d21c3eb776330525b085df5f4ecca7b754fb6632a1054be4cca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d1ebeb53847d21c3eb776330525b085df5f4ecca7b754fb6632a1054be4cca0, en de alinea staat in dat document op bytes 12992 tot 14286.