Citaat | Raad van State 8 oktober 2014
Alinea 46 Raad van State 8 oktober 2014
Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3603.
6.1. Zoals de Afdeling eerder bij uitspraak van 31 augustus 2011 in zaak nr. 201100003/1/H1 heeft overwogen, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig, dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat door het college niet het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat het gebruik van het pand voor kamerverhuur in overeenstemming is met het bestemmingsplan, waardoor niet handhavend kon worden opgetreden. De omstandigheid dat door ambtenaren werkzaam voor de gemeente en door D. Willems mededelingen zijn gedaan over het op grond van het bestemmingsplan toegelaten gebruik, geeft, wat daar ook van zij, geen grond voor het oordeel dat aan het college toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan de rechtens te honoreren verwachting kan worden ontleend dat het gebruik voor kamerverhuur was toegestaan en hiertegen niet handhavend zou worden opgetreden. In dat verband is van belang dat de bevoegdheid handhavend op te treden niet berust bij ambtenaren, maar bij het college, en niet is gebleken dat de gestelde mededelingen namens het college zijn gedaan. De omstandigheid dat in een e-mail van 1 oktober 2012 door D. Willems is aangegeven dat de eerste verdieping van het pand mag worden bewoond en in een op 30 mei 2013 ter inzage gelegde ontwerp-omgevingsvergunning voor het realiseren van tien appartementen in het pand is vermeld dat het niet is toegestaan de begane grond van het pand voor woondoeleinden te gebruiken, ziet de Afdeling evenmin grond voor het oordeel dat door het college het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat het gebruik van het pand voor kamerverhuur in overeenstemming is met het bestemmingsplan en derhalve niet handhavend tegen het gebruik van het pand kon worden opgetreden. Daartoe wordt overwogen dat reeds geen gerechtvaardigd vertrouwen kan zijn gewekt door stukken die zijn gedateerd na oplegging van de lasten onder dwangsom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d1ebeb53847d21c3eb776330525b085df5f4ecca7b754fb6632a1054be4cca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d1ebeb53847d21c3eb776330525b085df5f4ecca7b754fb6632a1054be4cca0, en de alinea staat in dat document op bytes 21347 tot 23508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d1ebeb53847d21c3eb776330525b085df5f4ecca7b754fb6632a1054be4cca0 | shasum -a 256