Citaat | Raad van State 8 oktober 2014
Alinea 43 Raad van State 8 oktober 2014
Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3637.
6.1. Los van de omstandigheid dat bij het vaststellen van de WOZ-waarde niet wordt gekeken naar de maximale invulling van het planologische regime, zoals bij planvergelijking die in het kader van de beoordeling van een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade dient plaats te vinden, maar vooral de feitelijke situatie bepalend is, slaagt dit betoog ook om een andere reden niet. Onder verwijzing naar de eerdergenoemde uitspraak van 5 juni 2013 overweegt de Afdeling dat de WOZ-waarde van de woning pas aan de orde kan komen in het kader van de bepaling van de omvang van eventuele schade, nadat is vastgesteld dat een bestemmingsplan, een besluit tot vrijstelling van het bestemmingsplan, of een andere in artikel 6.1, tweede lid, van de Wro genoemde planologische maatregel, daadwerkelijk tot een planologische verslechtering heeft geleid ten opzichte van de mogelijkheden onder het daarvoor geldende planologische regime. Nu zich in dit geval geen planologische verslechtering voordoet, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien over te gaan tot een inhoudelijke bespreking van de beroepsgrond over de WOZ-waarde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce7dedcba32efb817059595d24af5218b64081462987a31602f916a9851047c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce7dedcba32efb817059595d24af5218b64081462987a31602f916a9851047c2, en de alinea staat in dat document op bytes 19546 tot 20688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce7dedcba32efb817059595d24af5218b64081462987a31602f916a9851047c2 | shasum -a 256