Citaat | Raad van State 22 oktober 2014
Alinea 61 Raad van State 22 oktober 2014
Een alinea uit Raad van State 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3763.
4.6. Anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2013, in zaak nr. 201202866/1/R1, is in dit geval geen sprake van een volledig onherroepelijk vergunde situatie die zijn vertaling vindt in het plan. Daarbij is van belang dat [belanghebbende] weliswaar beschikt over een onherroepelijke milieuvergunning van 26 april 2011 voor het houden van varkens in acht stallen met een maximale ammoniakuitstoot van 1.329,2 kg/NH3 per jaar, maar niet is gebleken dat voor de bouw van de twee nieuwe stallen en de verbouw van een bestaande stal een onherroepelijke omgevingsvergunning voor bouwen bestaat, die in een plan als zodanig had moeten worden bestemd. Onder deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat in het kader van artikel 19j, eerste lid, van de Nbw 1998 dient te worden uitgegaan van de feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het plan teneinde te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de maximale planologische mogelijkheden van het plan voor de instandhoudingsdoelstellingen. De feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het plan was dat [belanghebbende] ter plaatse, conform haar milieuvergunning van 26 januari 2005 en haar veranderingsvergunning van 5 juni 2007, een intensieve veehouderij exploiteerde met zes stallen, waarin varkens werden gehouden met een maximale ammoniakemissie van 1.357,9 kg/NH3 per jaar. Niet is geschil is dat deze vergunningen ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsplan volledig werden benut, zodat moet worden bezien of de in het wijzigingsplan voorziene uitbreiding van de veehouderij ten opzichte van deze situatie significante gevolgen kan hebben. In dit geval brengen de maximale planologische mogelijkheden met zich dat op grond van het wijzigingsplan ter plaatse een intensieve veehouderij is toegestaan binnen het agrarische bouwblok en dat er binnen dit bouwblok maximaal 9.388 m² aan gebouwen mag worden benut voor het houden van vee. De Afdeling stelt vast dat hiermee de stallen aan een maximale oppervlakte zijn gebonden en niet in geschil is dat deze omvang correspondeert met de vergunde acht stallen. Echter is niet vastgelegd dat in deze stallen uitsluitend varkens mogen worden gehouden, zodat planologisch niet uit te sluiten is dat ter plaatse een andere diersoort met een hogere ammoniakemissie kan worden gehouden. Indien de vergunde diersoort wel zou zijn vastgelegd in het plan was de situatie, zoals vergund met de milieuvergunning van 26 april 2011 in zoverre planologisch vastgelegd en hadden significante gevolgen als gevolg van het wijzigingsplan uitgesloten kunnen worden. Nu dit niet het geval is komt het wijzigingsplan in zoverre wegens strijd met artikel 19j van de Nbw 1998 voor vernietiging is aanmerking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3dde2a34d2e4071fd70b6c1f609de38ad7311588773b74eb367a1cbb80cb93c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3dde2a34d2e4071fd70b6c1f609de38ad7311588773b74eb367a1cbb80cb93c, en de alinea staat in dat document op bytes 26143 tot 28882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3dde2a34d2e4071fd70b6c1f609de38ad7311588773b74eb367a1cbb80cb93c | shasum -a 256