Citaat | Raad van State 22 oktober 2014
Alinea 36 Raad van State 22 oktober 2014
Een alinea uit Raad van State 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3788.
Ten slotte voert [appellant] aan dat de rechtbank evenzeer bij de beoordeling had moeten betrekken dat hij en [partner] in het huwelijk zijn getreden op het moment dat [partner] in Nederland rechtmatig verbleef. Voorts had de rechtbank de omstandigheden die hebben geleid tot het niet verlengen van de verleende verblijfsvergunning en het niet direct aanvragen van een nieuwe verblijfsvergunning, in ogenschouw moeten nemen. Volgens [appellant] is met de stopzetting van de onderhavige toeslagen geen redelijk doel gediend. De besluitvorming van de Belastingdienst/Toeslagen is dan ook in strijd met artikel 26 van het IVBPR, artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 8, van het EVRM, artikel 3, eerste lid, van het IVRK en de artikelen 16, 17, 30 en 31 van het ESH, aldus [appellant]. In verband met het voorgaande wijst [appellant] op de bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) aanhangig gemaakte klachtprocedure in de zaak Yeshtla tegen Nederland, nr. 37115/11.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b0f275ac67808399a3b5eb6225be92407c81d26f8a6d4b589d10436a4e72569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b0f275ac67808399a3b5eb6225be92407c81d26f8a6d4b589d10436a4e72569, en de alinea staat in dat document op bytes 15706 tot 16714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b0f275ac67808399a3b5eb6225be92407c81d26f8a6d4b589d10436a4e72569 | shasum -a 256