Citaat | Raad van State 29 oktober 2014
Alinea 34 Raad van State 29 oktober 2014
Een alinea uit Raad van State 29 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3882.
4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 juli 2014 in zaak nr. 201303430/1/A2), volgt uit artikel 18 van de Awir, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt, moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten. Hieruit volgt dat het aan [appellant], als degene die aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag, is om een deugdelijke administratie van zijn betalingen aan de gastouder bij te houden. Niet alleen heeft [appellant] in de loop van de procedure verschillende, elkaar tegensprekende verklaringen afgelegd, ook is niet aannemelijk dat hij eerst € 7.500,00 heeft opgenomen, op de dag van deze geldopname de gastouder € 6.113,20 contant heeft betaald voor de kinderopvang en diezelfde dag € 7.250,00 contant van de gastouder heeft geleend. De rechtbank is dan ook terecht tot het oordeel gekomen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bedragen aan de gastouder zijn betaald voor de opvang van zijn kinderen en hij voor de periode van februari tot en met augustus 2009 derhalve niet voldoet aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag, zodat de Belastingdienst/Toeslagen de toeslag voor die periode terecht heeft herzien op nihil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4e3fcaf7da84b7cbdd1c237d1645abda81779d70f349c0659c587543625593. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4e3fcaf7da84b7cbdd1c237d1645abda81779d70f349c0659c587543625593, en de alinea staat in dat document op bytes 9752 tot 11092.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb4e3fcaf7da84b7cbdd1c237d1645abda81779d70f349c0659c587543625593 | shasum -a 256