Citaat | Raad van State 5 november 2014

Alinea 45 Raad van State 5 november 2014

Een alinea uit Raad van State 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3941.

7.5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester onvoldoende alle relevante feiten, omstandigheden en indicatoren in kaart gebracht en heeft hij zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet kon worden volstaan met een waarschuwing of een andere, minder ingrijpende, maatregel. Dat in de woning een handelshoeveelheid softdrugs en een drugspers zijn aangetroffen zijn indicatoren voor drugshandel vanuit de woning. De woning staat evenwel niet bekend als drugspand en er zijn nooit klachten geweest van drugsgerelateerde overlast vanuit de woning. De burgemeester heeft, zoals volgt uit het advies van de bezwaarschriftencommissie van 14 maart 2013, dat in het besluit van 10 april 2013 is herhaald en ingelast, in aanmerking genomen dat het aanmelden bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg begin 2012 en het aanspreken op het overlastgevende gedrag van [appellant sub 2] de aantasting van de openbare orde en de bedreiging van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning niet hebben weggenomen. Dat overlastgevende gedrag is echter een gevolg van de psychische problemen van [appellant sub 2] en de problemen die hij ondervindt met zijn bovenbuurman. Deze overlast nam bovendien af toen [appellant sub 2] in behandeling kwam bij voormelde instelling. De aanwezigheid van munitie is eveneens een belastende indicator. Er is evenwel in het huis van [appellant sub 2] slechts een patroon aangetroffen. Voorts heeft de burgemeester in aanmerking genomen dat de zorgsituatie van [appellant sub 2] niet van dusdanige aard is dat hij niet zelfredzaam is en niet tot sluiting van de woning mocht worden overgegaan, omdat [appellant sub 2] geen psychische stoornis heeft, zich bewust is van zijn handelen en hij aangemeld is bij de Traject Toewijzingscommissie zodat in elk geval onderdak beschikbaar is. Aldus heeft de burgemeester echter onvoldoende waarde gehecht aan de omstandigheid dat [appellant sub 2] een sociaal kwetsbaar persoon is en onvoldoende het uit artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende recht op eerbiediging van de woning van [appellant sub 2] meegewogen (zie het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Berger-Krall en anderen tegen Slovenië, van 12 juni 2014 in zaak nr. 14717/04; www.echr.co.int). Volgens het advies dat de burgemeester heeft ingewonnen bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg maakt thuisloosheid het probleem immers alleen maar erger voor [appellant sub 2]. Dit was ook reeds te kennen gegeven door die instelling tijdens het zienswijzegesprek van 20 november 2012 tussen de betrokken partijen. Later heeft de instelling verduidelijkt dat zij niet erop doelde dat [appellant sub 2] zijn huis ontnomen moest worden, maar zij aan hem ambulante hulp had willen bieden. Bezien in het licht van het door de burgemeester gevoerde beleid zoals weergegeven onder 5., is de Afdeling dan ook met de rechtbank van oordeel dat de burgemeester niet in redelijkheid na afweging van de betrokken belangen een sluiting voor de duur van zes maanden heeft kunnen gelasten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9726fe0f36a738b32c6f9228dcea00f0335bd843dcb1f7a0c54bdeeea7bbf90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9726fe0f36a738b32c6f9228dcea00f0335bd843dcb1f7a0c54bdeeea7bbf90, en de alinea staat in dat document op bytes 23778 tot 26936.