Citaat | Raad van State 5 november 2014
Alinea 40 Raad van State 5 november 2014
Een alinea uit Raad van State 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3947.
3.1. De minister heeft zich in het besluit van 30 januari 2012 op het standpunt gesteld dat hij binnen de daartoe gestelde termijn geen aanvraag tot vaststelling heeft ontvangen. De stichting heeft ter zitting bevestigd dat zij haar stelling dat zij in december 2011 de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend niet met bewijsstukken kan staven, terwijl dat wel op haar weg ligt. Nu het ervoor moet worden gehouden dat binnen de daarvoor gestelde nadere termijn geen aanvraag was ingediend, kon de minister ingevolge artikel 4:44, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 4:47, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) overgaan tot ambtshalve vaststelling. Daarbij heeft de minister de subsidie, gelet op artikel 4, derde lid, van de beleidsregels, met toepassing van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb in redelijkheid op nihil kunnen vaststellen. De rechtbank heeft daaromtrent terecht overwogen dat de daarbij door de minister gehanteerde grondslag, dat door het volledig ontbreken van de gevraagde gegevens onvoldoende zekerheid bestaat over en inzicht bestaat in de doelmatige en rechtmatige besteding van de aan de stichting verleende projectsubsidie, niet onredelijk kan worden geacht. Door het ontbreken van een verantwoording kon de minister niet nagaan op welke wijze de stichting de subsidie heeft besteed en of het evenement heeft plaatsgevonden overeenkomstig de subsidieverlening. Anders dan de stichting heeft aangevoerd, heeft de minister voldoende coulance betracht door haar meermaals bij brief te wijzen op het ontbreken van de aanvraag om subsidievaststelling, de indieningstermijn te verlengen, en haar uitgebreid te informeren over de wijze van indienen van de aanvraag. De brief van 1 augustus 2011 bevat in duidelijke bewoordingen een uitleg over de wijze waarop de stichting - digitaal of op papier - het voor de aanvraag tot vaststelling bestemde formulier kan verkrijgen. Voorts staat in die brief duidelijk vermeld aan welk adres dit formulier in het geval van verzending per post moet worden gezonden. In dat licht kan het betoog van de stichting dat onduidelijkheid over de wijze van indiening heeft geleid tot een late indiening van de aanvraag, dan ook niet worden gevolgd. Dat de inhoudelijke interviews met bureau DSP hebben plaatsgevonden na de oorspronkelijke indieningsdatum, zoals de stichting heeft betoogd, is niet van belang. Dit bureau is, zoals de minister ter zitting heeft toegelicht, enkel ingeschakeld om organisatoren van sportevenementen te helpen de maatschappelijke spin-off van hun sportevenement te evalueren en die evaluatie maakt geen onderdeel uit van de verantwoording in het kader van de subsidievaststelling. Tot slot heeft de stichting niet aannemelijk gemaakt dat zij door de vaststelling op nihil onevenredig is getroffen, gelet op het door de minister te behartigen algemene belang van doelmatige en rechtmatige besteding van uit gemeenschapsgelden betaalde subsidie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9c90a3bfa1294b9f81dece632b8270411f84af4d19c0ebbc7930d47d6fa560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9c90a3bfa1294b9f81dece632b8270411f84af4d19c0ebbc7930d47d6fa560, en de alinea staat in dat document op bytes 12489 tot 15483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea9c90a3bfa1294b9f81dece632b8270411f84af4d19c0ebbc7930d47d6fa560 | shasum -a 256