Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 413 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4030.

15.5.3. Niet in geschil is dat [appellant sub 12] en de raad in 2001 overeenstemming hebben bereikt over de vraag welke bebouwing op het perceel van [appellant sub 12] moest worden aangemerkt als bestaande bebouwing in de zin van artikel 15 van de voorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied 1998". De omvang daarvan is toen vastgesteld op 2003,35 m2. Voorts is niet in geschil dat de bestaande bebouwing nadien is uitgebreid na verlening van een bouwvergunning op 11 februari 2003 en dat het nu in het plan opgenomen maximaal te bebouwen oppervlak hiermee in overeenstemming is. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat [appellant sub 12] geen concrete bouwplannen heeft ingediend en dat zijn bedrijfsperceel ligt in de groenblauwe mantel, is er geen grond voor het oordeel dat de raad het maximaal te bebouwen oppervlak van het bedrijf niet in redelijkheid heeft kunnen stellen op 2197 m2. Dat dit anders is omdat het bestemmingsplan "Buitengebied 1988", zoals gewijzigd in het bestemmingsplan Buitengebied 1988 - Herziening 1991", ter plaatse ruimere bouwmogelijkheden bood - wat daar van zij - valt niet in te zien. Immers, aan voorheen geldende bestemmingsplannen kunnen in het algemeen geen rechten worden ontleend en de raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Evenmin kunnen rechten worden ontleend aan de omstandigheid dat het college van burgemeester en wethouders blijkens een brief van 12 december 2001 bereid is geweest een procedure te starten voor het verlenen van een binnenplanse vrijstelling voor een uitbreiding van de bebouwing met 15%, reeds omdat, zoals ook in de brief staat, niet vast stond dat die vrijstelling ook daadwerkelijk kon worden verleend. Voorts kan aan de door [appellant sub 12] overgelegde brief van 20 september 2008 niet de betekenis toekomen die [appellant sub 12] daaraan gehecht wil zien. Die brief gaat over uitbreiding van het bedrijfsterrein in het kader van verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten naar de zuidkant van de Graafschedijk - welke verplaatsing in het plan mogelijk wordt gemaakt door de toekenning van de functieaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 2" - en niet over uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden. Wat betreft het betoog van [appellant sub 12] dat meer bebouwingsmogelijkheden noodzakelijk zijn omdat hij een overkapping wenselijk acht voor de werkzaamheden waarbij stof vrijkomt en aan de noordzijde van de Graafschedijk een woningbouwproject zal worden gerealiseerd, heeft de raad gesteld dat de nieuw te realiseren woningen op voldoende afstand van het bedrijfsperceel komen te liggen. Dat dit anders is, heeft [appellant sub 12] niet aannemelijk gemaakt. Het betoog dat het maximaal te bebouwen oppervlak voor zijn bedrijf ten onrechte is vastgesteld op 2197 m2, faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/335e863d111fd0bf7ff0f7a3e81740381f3830799c0ce3b9a96fb3992b254f80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 335e863d111fd0bf7ff0f7a3e81740381f3830799c0ce3b9a96fb3992b254f80, en de alinea staat in dat document op bytes 129047 tot 131935.