Citaat | Raad van State 12 november 2014
Alinea 138 Raad van State 12 november 2014
Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4074.
16.4. Naar het oordeel van de Afdeling hebben verweerders zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat gelet op de inventarisatie voor de vaststelling van het inpassingsplan in het plangebied geen nader onderzoek diende plaats te vinden. Daarbij acht de Afdeling van belang dat ter plaatse van de locaties waar de vergravingen zullen plaatsvinden geen hoge archeologische verwachtingswaarde bestaat. Door het opnemen van de dubbelbestemmingen en de voorschriften is met de planregels in het inpassingsplan en de ontgrondingsvergunningen voldoende gewaarborgd dat eventuele archeologische waarden niet worden aangetast, nu op deze specifieke locaties onderzoek dient te worden verricht naar de archeologische waarden. Ten aanzien van het betoog dat de voorschriften bij de ontgrondingsvergunningen onvoldoende zijn gespecificeerd, overweegt de Afdeling dat de aanvraag deel uitmaakt van de vergunning en dat hierin de specifieke locaties en graafdiepten staan aangegeven. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31, en de alinea staat in dat document op bytes 78957 tot 79970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31 | shasum -a 256