Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 178 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4074.

In het MER staat vermeld dat voor alle drie de basisalternatieven geldt dat tijdens de uitvoeringsfase tijdelijk negatieve effecten optreden voor vogels. Er zijn geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen te verwachten. Volgens het MER zijn in de omgeving alternatieve broed-, foerageer- en rustplaatsen beschikbaar. De ontwikkeling van 295 ha aan estuariene natuur vergroot het leef-, foerageer- en rustgebied van een groot aantal vogels, zodat uiteindelijk een verbetering zal optreden. In de passende beoordeling worden de conclusies uit het MER onderschreven. In de aanvulling op het MER wordt geconcludeerd dat ten gevolge van de vergraving van een deel van het habitattype schorren en zilte grasladen, buitendijks (H1330A) in de aanlegfase er een tijdelijk verlies van actueel broedgebied voor een aantal vogels zal zijn. Het betreft volgens de aanvulling op het MER met name de soorten die rietvegetatie als broedbiotoop gebruiken, te weten de blauwborst en de bruine kiekendief. Voor deze soorten zijn ruim voldoende uitwijkmogelijkheden beschikbaar, zo staat in de aanvulling op het MER vermeld. In de aanvulling op de passende beoordeling wordt in dit verband verwezen naar het Sieperdaschor en het Verdronken land van Saeftinghe. [appellant sub 6] en [appellant sub 3] hebben dit op zichzelf niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31, en de alinea staat in dat document op bytes 108824 tot 110172.