Citaat | Raad van State 12 november 2014
Alinea 222 Raad van State 12 november 2014
Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4074.
Uit de inventarisaties en het veldonderzoek is gebleken dat de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de veldspitsmuis, de buizerd, de ransuil en de kerkuil in het gebied voorkomen en dat voor deze soorten een ontheffing benodigd is. Een ontheffing is uitsluitend mogelijk wanneer voldoende mitigerende maatregelen genomen worden. Zoals uit het voorgaande volgt is de ontheffing voor deze soorten verleend. Na gericht onderzoek is de rugstreeppad niet in het gebied aangetroffen, zodat voor deze soort geen ontheffing is verleend. Dat, zoals in het rapport van Tauw-Ffw de rugstreeppad in het gebied zou zijn aangetroffen, is niet met nadere gegevens onderbouwd. Aan de ontheffing is een voorschrift verbonden op grond waarvan monitoring dient plaats te vinden. Indien alsnog andere beschermde soorten worden aangetroffen, zal een ontheffing worden aangevraagd voor deze soort.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31, en de alinea staat in dat document op bytes 133645 tot 134544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31 | shasum -a 256