Citaat | Raad van State 12 november 2014
Alinea 246 Raad van State 12 november 2014
Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4074.
32.2. In de toelichting bij het inpassingsplan staat vermeld dat uit het MER volgt dat de totale kosten voor het voorkeursalternatief ongeveer 40 tot 49 miljoen euro zullen bedragen. Door maatregelen die mogelijk nog getroffen dienen te worden, kunnen deze kosten nog stijgen. In het verdrag zijn tussen Nederland en Vlaanderen afspraken gemaakt over de kosten. Hieruit volgt dat Vlaanderen de planvoorbereidingskosten en de inrichtingskosten zal dragen. Daarnaast zal Vlaanderen de kosten voor de grondverwerving vergoeden. Gelet op het Verdrag acht de Afdeling voldoende verzekerd dat Vlaanderen deze kosten zal dragen. Bovendien hebben verweerders ter zitting uiteengezet dat de staat over voldoende middelen beschikt om de kosten te kunnen dragen, ook in het geval de onteigeningskosten hoger zouden uitvallen. Voorts kan de Afdeling [appellant sub 6] en [appellant sub 3] niet volgen in hun betoog dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de zelfrealisatie, nu niet valt in te zien dat de kosten voor de staat in dat geval hoger zouden uitvallen. Gelet op het vorenstaande hebben verweerders zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan financieel uitvoerbaar is. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31, en de alinea staat in dat document op bytes 146254 tot 147480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f293fe081eb27ea13a52dc734c545a3345b12583f423dab11ca206c0a4dbce31 | shasum -a 256