Citaat | Raad van State 15 januari 2014

Alinea 36 Raad van State 15 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 15 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:41.

Er bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de berekening van de gemiddelde vuurbelasting in de woning van [appellant sub 1] onjuist is uitgevoerd. Ten aanzien van het betoog van [appellant sub 1] dat bij de berekening ten onrechte de woonkamer als uitganspunt is genomen, wordt als volgt overwogen. In het rapport van Brandexpert is vermeld dat in elke (verblijfs)ruimte opslag van uiteenlopende goederen en huisraad aanwezig was. Per ruimte was tegen de wanden de opslag tot het plafond geplaatst. In het overige gebied per ruimte was de opslag gemiddeld 1,5-1,9 m hoog, afgewisseld met zeer smalle gangpaden. Volgens het rapport is de woonkamer representatief voor de overige ruimten in de woning, zodat voor de berekening van de vuurbelasting is uitgegaan van het volume aan inventaris in de woonkamer. In het aangevoerde wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de woonkamer als representatief kan worden aangemerkt, nu deze representativiteit voldoende wordt ondersteund door de foto's van de diverse ruimten in het dossier. Voor zover [appellant sub 1] betoogt, dat, gelet op de oppervlakte van elke verdieping van 39 m² en een maximale variabele vuurbelasting van 46 kg vurenhout/m², per verdieping 1794 kg aan inboedel is toegestaan en hieraan wordt voldaan, wordt overwogen dat, zoals ter zitting door de deskundige van het college is opgemerkt, niet het daadwerkelijke gewicht van de inboedel relevant is, maar de vurenhout equivalent daarvan. Uit het rapport van Brandexpert blijkt dat de variabele vuurbelasting in de woning van [appellant sub 1] 187,9 kg vurenhout/m² is, dus meer dan de maximale 46 kg vurenhout/m². Dat, zoals [appellant sub 1] voorts betoogt, ten onrechte niet is uitgegaan van een brandwerende scheiding van meer dan 60 minuten kan niet worden gevolgd. De deskundige van het college deelde ter zitting van de Afdeling, door [appellant sub 1] niet bestreden, mee dat thans, op grond van het Bouwbesluit 2012, bij de bouw van nieuwbouwwoningen de eis wordt gesteld dat de scheidingen 60 minuten brandwerend zijn en in de periode dat de woning van [appellant sub 1] werd gebouwd slechts een eis van 20 minuten gold. In het voordeel van [appellant sub 1] is bij de berekening van de gemiddelde vuurlast ervan uitgegaan dat de scheiding in de woning een brandwerendheid heeft van 60 minuten, aldus de deskundige. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakte dat de scheiding van zijn woning een brandwerendheid heeft van meer dan 60 minuten. Hierbij wordt nog overwogen dat, voor zover [appellant sub 1] stelt dat de scheidingsmuur van beton is en meer dan 60 minuten brandwerend is, de eis van 60 minuten niet alleen geldt bij branddoorslag, maar ook bij brandoverslag. Dat, zoals Dahlams tot slot betoogt, door een medewerker van de gemeente wordt aangeraden een tweede vuurbelastingberekening uit te voeren, betekent evenmin dat de uitgevoerde en aan de last ten grondslag gelegde berekening niet juist is. De medewerker geeft aan dat er een nieuwe berekening kan worden uitgevoerd, indien er opgeruimd is. Deze berekening heeft Brandexpert in het rapport van 8 februari 2012 opnieuw uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb9cce21c4541104dc655b68560f65368ea0e537e4b102b8e06808061163650b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb9cce21c4541104dc655b68560f65368ea0e537e4b102b8e06808061163650b, en de alinea staat in dat document op bytes 16271 tot 19483.