Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 281 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116.

In de zaak moet de Afdeling in hoger beroep oordelen over de - door de rechtbank in stand gelaten - afwijzing van het verzoek van een belanghebbende om handhavend op te treden tegen de aanleg van een uitweg die vooraf was gemeld en niet door het bestuur was verboden. De Afdeling oordeelt als volgt. "[de melder] heeft voorafgaand aan de aanleg van de uitweg een melding gedaan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV. Niet in geschil is dat het college de aanleg van de uitweg niet heeft verboden. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college zich daarom terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 2:12 van de APV niet is overtreden. Dat, zoals [belanghebbende] betoogt, het college had moeten overgaan tot het verbieden van de uitweg, omdat niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2:12, tweede lid van de APV kan in deze procedure niet aan de orde komen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat uitsluitend dient te worden nagegaan of zich een overtreding van artikel 2:12 van de APV voordoet. Zoals reeds is overwogen, doet deze zich niet voor, omdat het college het aanleggen van de uitweg niet heeft verboden. [Belanghebbende] kan zijn bezwaren tegen de uitweg in dit geval slechts aan de civiele rechter voorleggen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67, en de alinea staat in dat document op bytes 160656 tot 161952.