Citaat | Raad van State 12 november 2014
Alinea 285 Raad van State 12 november 2014
Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116.
Een uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2013 in de zaak Weert roept de vraag op of de verplichte integratie in de omgevingsvergunning ook geldt als het toestemmingsvereiste voor de aanleg van een uitweg in de APV is ‘geïmpliceerd’ in een meldingenstelsel.<i>(zie noot 95)</i> De zaak betrof een omgevingsvergunning voor het vestigen van een 24-uurs kamer en kantoor en de aanleg van een in- en uitrit. Voor dat laatste gold op grond van de APV Weert een meldingenstelsel dat, voor zover hier van belang niet anders was vormgegeven dan het stelsel van de model APV en dat van de APV Leeuwarden. Evenals deze stelsels ging het er bijvoorbeeld ook vanuit dat "de uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de uitweg wordt verboden"<i>(zie noot 96)</i> In de uitspraak wordt aan het meldingenstelsel geen enkele aandacht besteed, ook bijvoorbeeld niet aan de vraag of de uitweg niet reeds kon worden aangelegd wegens het niet-verbieden ervan binnen vier weken na de melding.<i>(zie noot 97)</i> Kennelijk is het voor de Afdeling vanzelfsprekend dat het in de Weertse APV voorziene meldingenstelsel voor uitwegen (en dus ook dat van de model APV en de APV Leeuwarden) is geïntegreerd in de omgevingsvergunning en dat de reactie op de melding kan worden gelijkgesteld met een vergunning of ontheffing als bedoeld artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e Wabo.<i>(zie noot 98)</i> Een vergelijkbaar standpunt huldigt de Afdeling overigens in de - in punt 4.27 al besproken - uitspraak van 18 juli 2012 in de zaak Sint-Oedenrode waarin zij stelt dat de verleende toestemming naar aanleiding van de in die zaak aan de orde zijnde melding "hetzelfde karakter als een vergunning of ontheffing" heeft.<i>(zie noot 99)</i> Als de aanleg van de uitweg waarop de melding betrekking heeft een omgevingsvergunningplichtige activiteit is, dan is er geen discussie meer over het besluitkarakter van een reactie op de melding: de verlening en weigering van de omgevingsvergunning zijn een Awb-besluit. In dat geval bestaat er ook geen twijfel meer over het rechtskarakter van het niet binnen een bepaalde termijn reageren op die melding door het bestuursorgaan. Het gevraagde besluit is dan van rechtswege verleend (art. 4:20b, eerste lid, Awb) en geldt als een beschikking (art. 4:20b, tweede lid, Awb), waartegen de melder en derde belanghebbenden de Awb-rechtsmiddelen kunnen aanwenden. Een andersluidende APV-regeling in geval van niet tijdig beslissen wordt door deze Awb-regeling opzij gezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67, en de alinea staat in dat document op bytes 164803 tot 167440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67 | shasum -a 256