Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 286 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116.

Mocht de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2013 in de zaak Weert deze betekenis hebben, dan is de daarin toegepaste transformatie van een meldingenstelsel voor uitwegen in een omgevingsvergunningprocedure om redenen van rechtszekerheid en rechtsbescherming aantrekkelijk. Op zichzelf ben ik hiervan daarom geen tegenstander. Wel valt in dat geval de aanleiding voor de vraag van de voorzitter weg. Mede daarom betwijfel ik of in de uitspraak van 22 mei 2013 als vaste rechtspraak van de Afdeling moet worden aangemerkt.<i>(zie noot 100)</i> Tegen de in die uitspraak gevolgde lijn pleit dat zij enigszins op gespannen voet staat met de letter van artikel 2.2, eerste lid, Wabo, op grond waarvan de verplichte integratie in de omgevingsvergunning alleen betrekking heeft de aanleg van een uitweg waarvoor ingevolge een gemeentelijke of provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist. Als de gemeentelijke wetgever voor die aanleg welbewust niet heeft gekozen voor deze stelsels, maar voor een meldingenstelsel, dan gaat het wat ver om dat meldingenstelsel met een vergunning of ontheffing gelijk te stellen en daarmee de in de APV opgenomen procedure effectief uit te schakelen.<i>(zie noot 101)</i>

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67, en de alinea staat in dat document op bytes 167489 tot 168748.