Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 313 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116.

Een dergelijke in theorie denkbare alternatieve weg is dat derden, nadat het college met de aanleg van de uitweg fictief heeft ‘ingestemd’ doordat het deze aanleg niet binnen vier weken heeft verboden, het college verzoeken om alsnog gebruik te maken van zijn verbodsbevoegdheid. Veel nut heeft dat niet, omdat het college volgens de wettelijke regeling na afloop van de vier-wekentermijn niet meer bevoegd is om de aanleg van de uitweg alsnog te verbieden. Na afloop van die vier weken heeft het immers fictief met de melding ‘ingestemd’ en is de verbodsbevoegdheid uitgewerkt. Intrekking van ‘fictieve instemming’ is evenmin mogelijk, omdat de bevoegdheid daartoe niet in de regeling is voorzien. Kort en goed, het hiervoor genoemde verzoek zal door het bestuursorgaan moeten worden afgewezen. Een daartegen gericht bezwaar of beroep heeft geen kans van slagen, omdat in die procedures zal worden geconstateerd dat het bestuursorgaan de aanleg niet meer kon verbieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67, en de alinea staat in dat document op bytes 190417 tot 191416.