Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 331 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116.

5.9 Nu volgens mij het niet binnen vier weken verbieden van een gemelde aanleg van een uitweg - of, in de APV Stein, de instemming van rechtswege - voor de rechtsbescherming gelijk moet worden gesteld met een besluit, kan ik een aantal vragen van de voorzitter beantwoorden. Mijn standpunt heeft tot gevolg dat niet alleen tegen de uitdrukkelijke besluiten die naar aanleiding van een melding van de aanleg van een uitweg worden genomen (punt 4.28 en 4.29), maar ook tegen de ‘fictieve instemming’ met de melding door alle belanghebbenden de Awb-rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Daardoor wordt de rechtsbescherming voor zowel de melder, als voor derde belanghebbenden gegarandeerd. Hiermee zijn de vragen 1b, 1d en 2c van de voorzitter beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3e3eec0d929ef1013d7f7c84d5f83070d94005b926e9aecb9db993a3417d67, en de alinea staat in dat document op bytes 208051 tot 208825.