Citaat | Raad van State 19 november 2014

Alinea 27 Raad van State 19 november 2014

Een alinea uit Raad van State 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4145.

4.2. Vervolgens heeft de Afdeling in de genoemde uitspraak aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie geoordeeld dat de door de bewerking van boor-, snij-, slijp- en walsolie bij North Refinery ontstane fluxolie niet kan worden aangemerkt als een stof waarvan zij zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 1, van de Kaderrichtlijn, zodat deze stof geen afvalstof is. Daarvoor achtte de Afdeling van belang dat die fluxolie geen last is voor North Refinery waarvan zij voornemens is zich te ontdoen, nu zij die stof juist welbewust produceert om deze onder economisch gunstige omstandigheden te verhandelen. Het risico dat North Refinery zich van die fluxolie zal ontdoen door deze stof onbeheerd achter te laten, ongecontroleerd te lozen of te verwijderen, moet dan ook als verwaarloosbaar worden aangemerkt. Verder heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen dat die fluxolie zonder bijzondere handelingen als reductiemiddel in de staalindustrie kan worden ingezet en daar ook daadwerkelijk wordt ingezet, en dat deze inzet wat milieugevolgen betreft vergelijkbaar is met de inzet van andere als reductiemiddel gebruikte stoffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ccc4972063d6db2e1fe1c3d704a4ad7518b5f8c59ca3cd35a63e72c00f54751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ccc4972063d6db2e1fe1c3d704a4ad7518b5f8c59ca3cd35a63e72c00f54751, en de alinea staat in dat document op bytes 9966 tot 11188.