Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 26 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4154.

Volgens paragraaf B1/9.7.1 van de Vc 2000, zoals deze luidde ten tijde van belang en voor zover thans van belang, wordt de aanvrager, indien niet wordt voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag - bijvoorbeeld omdat de leges niet zijn voldaan - een redelijke termijn gegeven om dat verzuim te herstellen. In het algemeen is een termijn van twee weken redelijk. Voor het geval dat de leges niet zijn voldaan geldt de aanmaning door het CJIB als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim, voor zover niet is voorgeschreven dat de leges in persoon moeten worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6, en de alinea staat in dat document op bytes 9501 tot 10118.