Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 31 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4154.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 26 juni 2013 in zaak nr. 201210511/1/A1), dient, in geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk te maken dat het betrokken stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het document is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Voorts dient niet gebleken te zijn van recente problemen bij de verzending van poststukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6, en de alinea staat in dat document op bytes 11479 tot 12378.