Citaat | Raad van State 12 november 2014

Alinea 38 Raad van State 12 november 2014

Een alinea uit Raad van State 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4154.

2.5. De Afdeling acht het, gelet op deze door de staatssecretaris gegeven nadere toelichting, met de rechtbank aannemelijk dat hij de aanschrijving inclusief acceptgiro gedateerd 28 juni 2013 naar het adres van de vreemdeling heeft verzonden. Dat een kopie van de acceptgiro ontbreekt en dat het CJIB, naar gesteld, desgevraagd telefonisch heeft medegedeeld dat vermelding op een zaakoverzicht niet aantoont dat een acceptgiro daadwerkelijk is verzonden, zijn geen feiten op grond waarvan ontvangst door de vreemdeling redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Dat verzending van de acceptgiro niet binnen zes werkdagen na ontvangst van de aanvraag door de staatssecretaris op 26 april 2013 heeft plaatsgevonden, is evenmin een zodanig feit, te minder daar in paragraaf B1/9.6.1 van de Vc 2000 de termijn van verzending van een acceptgiro niet is gekoppeld aan de ontvangst van een aanvraag door de staatssecretaris. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de vreemdeling in strijd met het bepaalde in de paragrafen B1/9.6.1 en B1/9.7.1 van de Vc 2000 de mogelijkheid tot herstel van verzuim is onthouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2b3ecd873b725f6b7ee956a8f03526becb162dc7e4166c0c2f058af04d1d6d6, en de alinea staat in dat document op bytes 15563 tot 16721.