Citaat | Raad van State 19 november 2014

Alinea 25 Raad van State 19 november 2014

Een alinea uit Raad van State 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4185.

3.2. Gezien het voorwerp van het beroep en de grote gelijkenis tussen de namen "[naam 1]", "[naam 2] " en "[appellant]", is aannemelijk dat met "[naam 1]" de persoon is bedoeld die in de bij het beroepschrift gevoegde stukken "[naam 2]" of "[appellant]" wordt genoemd en dat de vermelding van [woonplaats] als woonplaats een vergissing is. Dat in de machtiging de schrijfwijze [appellant] is gebruikt en in de andere bij het beroepschrift gevoegde stukken de schrijfwijze [naam 2], is onvoldoende reden voor twijfel aan de identiteit van de insteller van het beroep. Het is immers niet ongebruikelijk dat bij een achternaam waarin de lettercombinatie ij voorkomt, deze lettercombinatie in de praktijk wordt geschreven als y, en omgekeerd. Overigens is ter zitting bij de Afdeling onweersproken gesteld dat [appellant] de juiste schrijfwijze is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/765320edb66b25670592dcf7936013d249f6532a9e1d3de1282a626ae6ff2862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 765320edb66b25670592dcf7936013d249f6532a9e1d3de1282a626ae6ff2862, en de alinea staat in dat document op bytes 9283 tot 10140.