Citaat | Raad van State 26 november 2014

Alinea 46 Raad van State 26 november 2014

Een alinea uit Raad van State 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4281.

Met de rechtbank is de Afdeling voorts van oordeel dat de burgemeester op grond van de constatering dat illegale gokactiviteiten in de inrichting hebben plaatsgevonden, zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vrees gewettigd was dat het van kracht blijven van de vergunningen gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Dit heeft gelet op het imperatieve karakter van artikel 31, eerste lid, aanhef en onder c, van de DHW en artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder c, van de Horecaverordening, tot gevolg dat de burgemeester verplicht was de vergunningen in te trekken. Dit betekent dat voor de burgemeester bij de beantwoording van de vraag of er aanleiding was tot intrekking over te gaan, geen ruimte bestond om aan de Uitvoeringsregels te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/238d8342e4cc919ef23ca6629ad1202616f33a5f89a42d566c2af9322d8c9b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 238d8342e4cc919ef23ca6629ad1202616f33a5f89a42d566c2af9322d8c9b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 16115 tot 16934.