Citaat | Raad van State 26 november 2014

Alinea 45 Raad van State 26 november 2014

Een alinea uit Raad van State 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4316.

7. Het college betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat De Sprang aannemelijk heeft gemaakt dat zij, als gevolg van de onjuiste motivering van het besluit van 20 juni 2003, schade wegens gederfde rente over de waardeverhoging van het terrein bij verlening van de bouwvergunning heeft geleden. Daartoe voert het college aan dat de rechtbank heeft miskend dat uit de jurisprudentie van de Afdeling (onder meer uitspraak van 31 maart 2010 in zaak nr. 200902027/1/H2) blijkt dat uitgangspunt is dat concrete schade als gevolg van vertraging in het verkrijgen van een bouwvergunning aannemelijk dient te worden gemaakt. Voorts voert het college aan dat de rechtbank ten onrechte tot uitgangspunt heeft genomen dat een perceel ter zake waarvan bouwvergunning is verleend een hogere waarde vertegenwoordigt dan een perceel ter zake waarvan dat niet het geval is en dat reeds daarom schade wegens gederfde rente is geleden. Verder voert het college aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de bewijslast draagt voor de stelling dat de bouwvergunning geen meerwaarde vertegenwoordigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b31da18e2607ebe284668e5b769e591e7bde5d414b7a6925ccfdff456539fc77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b31da18e2607ebe284668e5b769e591e7bde5d414b7a6925ccfdff456539fc77, en de alinea staat in dat document op bytes 18777 tot 19914.