Citaat | Raad van State 12 februari 2014

Alinea 33 Raad van State 12 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:436.

Dat een incident heeft plaatsgevonden op 14 april 2013 wordt door [appellant] niet ontkend. Enerzijds deelt hij hierover mede dat hij niet meer precies weet wat er is gebeurd, doch anderzijds stelt hij dat duw- en trekwerk heeft plaatsgevonden waarbij zijn dochter tegen de deurpost is gevallen. Dit is volgens hem niet met opzet gebeurd. Met de enkele ontkenning van het schoppen en slaan en zijn tegenstrijdige verklaringen heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn dochter niet heeft geschopt en geslagen. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat zijn ex-partner en dochter een verklaring in zijn voordeel zouden hebben afgelegd bij de voorzieningenrechter, indien zij tijdig een uitnodiging voor de zitting van de voorzieningenrechter zouden hebben ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770b90afaaf22e3c1ff1ca70768761eb0168de9c6ca17e6e043d9308b22bdb18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770b90afaaf22e3c1ff1ca70768761eb0168de9c6ca17e6e043d9308b22bdb18, en de alinea staat in dat document op bytes 11472 tot 12255.