Citaat | Raad van State 3 december 2014

Alinea 52 Raad van State 3 december 2014

Een alinea uit Raad van State 3 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4360.

7. Ook het betoog van [appellant] dat de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten kinderopvangtoeslag niet meer mocht herzien, omdat hij de toeslag ten onrechte niet in overeenstemming met de in artikel 19, eerste lid, van de Awir vermelde termijn definitief heeft vastgesteld, faalt. Daartoe is van belang dat uit artikel 16, vierde lid, van de Awir volgt dat de Belastingdienst/Toeslagen de hoogte van het voorschot mag herzien, zolang hij de tegemoetkoming nog niet heeft toegekend. Uit de Awir blijkt niet dat gevolgen moeten worden verbonden aan overschrijding van de in artikel 19, eerste lid, vermelde termijn. Ook de geschiedenis van de totstandkoming van de Awir biedt daarvoor geen aanknopingspunten. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat aan overschrijding van de genoemde termijn het verstrekkende gevolg moet worden verbonden dat de Belastingdienst/Toeslagen niet meer bevoegd is om een voorschot kinderopvangtoeslag te herzien. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2013 in zaak nr. 201301181/1/A2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b03468894210dffbeaf628c64fc09dc39425bde32435af3578d85220aef2b16d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b03468894210dffbeaf628c64fc09dc39425bde32435af3578d85220aef2b16d, en de alinea staat in dat document op bytes 16379 tot 17441.