Citaat | Raad van State 10 december 2014

Alinea 23 Raad van State 10 december 2014

Een alinea uit Raad van State 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4521.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte, onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 8 februari 2012 in zaak nr. 201100875/1/R2, van 21 november 2012 in de zaken nrs. 201204164/1/A4 e.v. en van 19 juni 2013 in de zaken nrs. 201210708/1/A4 e.v., heeft geoordeeld dat artikel 3.14a niet onverbindend is. Daartoe betoogt [appellant] dat in die uitspraken op basis van andere gronden dan de door hem aangevoerde gronden is geoordeeld dat artikel 3.14a niet onverbindend is. Hij had namelijk aangevoerd dat artikel 3.14a, derde lid, onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat uit de voormelde uitspraken en de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2014 in zaak nr. 201303440/1/A4 volgt dat de bepaling geen daadwerkelijke mogelijkheid biedt om maatwerkvoorschriften te stellen. Omdat het derde lid nooit de mogelijkheid biedt om bij maatwerkvoorschrift af te wijken van de normen van het eerste lid, zelfs niet in het geval dat het referentieniveau van het omgevingsgeluid lager dan gemiddeld is, moet het gehele artikel 3.14a onverbindend worden verklaard, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17522d976ff3feb4d08301763f6ec5f7aa0dd25dc98344ddedccfd3cff7e772f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17522d976ff3feb4d08301763f6ec5f7aa0dd25dc98344ddedccfd3cff7e772f, en de alinea staat in dat document op bytes 7104 tot 8263.