Citaat | Raad van State 17 december 2014

Alinea 33 Raad van State 17 december 2014

Een alinea uit Raad van State 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4551.

Ten aanzien van het besluit van de staatssecretaris om geen dwangsom toe te kennen, heeft de rechtbank als volgt overwogen. [appellante] is degene die het verzoek om handhaving heeft gedaan en moet dan ook worden begrepen als aanvrager in de zin van artikel 4:17 van de Awb. Omdat hij ook belanghebbende in de zin van dit artikel is, heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de rechtbank toekenning van een dwangsom niet op grond van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder b, van de Awb mogen weigeren. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit van 17 april 2012 vernietigd. Zij heeft de rechtsgevolgen van dit besluit evenwel in stand gelaten. Daartoe heeft zij overwogen dat de staatssecretaris geen dwangsommen is verschuldigd, omdat de brieven die Hoorntje aan de staatssecretaris heeft gestuurd niet kunnen worden aangemerkt als ingebrekestellingen in de zin van artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Omdat Hoorntje geen machtiging heeft overgelegd, kon de staatssecretaris niet vaststellen of hij daadwerkelijk bevoegd was om de ingebrekestellingen namens [appellante] in te dienen, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8444b02f4a537b2e057e88549cfa403149fa3d4674e1d428eba02027417265d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8444b02f4a537b2e057e88549cfa403149fa3d4674e1d428eba02027417265d, en de alinea staat in dat document op bytes 10894 tot 12056.