Citaat | Raad van State 12 februari 2014

Alinea 27 Raad van State 12 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:465.

3. In de uitspraak van 13 augustus 2013 heeft de rechtbank overwogen dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond is verklaard en dat [appellant] daarom ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Onder toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de rechtbank evenwel het bestreden besluit in stand gelaten op grond van haar oordeel dat [appellant] niet is benadeeld door de schending van dit vormvoorschrift. De rechtbank heeft overwogen dat de stelling dat het CVOM niet beschikt over de andere gevraagde documenten haar niet ongeloofwaardig voorkomt en dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze documenten zich wel onder het CVOM berusten. Volgens de rechtbank kan voor bestuursorganen uit de Wob geen verplichting worden afgeleid om gegevens te vergaren. Met betrekking tot de gevraagde informatie omtrent de administratiekosten heeft de rechtbank overwogen dat hiervoor geen doorzendplicht aan de CJIB bestond, nu deze informatie op een algemeen toegankelijke website raadpleegbaar was en de gemachtigde van [appellant] hierover ook beschikte in het kader van een andere procedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53f49cd17be713c4022cca1cbf1a0e1b69e37bf093fcf1e24507385b5e952ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53f49cd17be713c4022cca1cbf1a0e1b69e37bf093fcf1e24507385b5e952ba, en de alinea staat in dat document op bytes 7569 tot 8749.