Citaat | Raad van State 12 februari 2014
Alinea 28 Raad van State 12 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:465.
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet is benadeeld door het achterwege laten van een hoorzitting, waardoor aan artikel 6:22 van de Awb geen toepassing had mogen worden gegeven. Verder betoogt hij dat de rechtbank niet is ingegaan op zijn verzoek om een dwangsom vast te stellen, nu te laat op het bezwaar is beslist. Ten slotte betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte niet ongeloofwaardig heeft geacht dat het CVOM niet over de overige gevraagde documenten beschikt, aangezien de officier van justitie hierover in het kader van de oplegging van de bestuurlijke boete dient te beschikken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53f49cd17be713c4022cca1cbf1a0e1b69e37bf093fcf1e24507385b5e952ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53f49cd17be713c4022cca1cbf1a0e1b69e37bf093fcf1e24507385b5e952ba, en de alinea staat in dat document op bytes 8769 tot 9423.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e53f49cd17be713c4022cca1cbf1a0e1b69e37bf093fcf1e24507385b5e952ba | shasum -a 256