Citaat | Raad van State 24 december 2014

Alinea 46 Raad van State 24 december 2014

Een alinea uit Raad van State 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4659.

4.1. Artikel 8:77, tweede lid, van de Awb noch artikel 6 van het EVRM vereist dat de rechtbank, indien zij oordeelt dat een beroepsgrond faalt, ieder in het kader van deze beroepsgrond aangevoerd argument gemotiveerd moet weerleggen. Door naar de hiervoor vermelde bijtincidenten en de inhoud van voormelde processen-verbaal, alsmede naar vaste jurisprudentie van de Afdeling waaruit volgt dat in beginsel van de juistheid en volledigheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal moet worden uitgegaan, te verwijzen, heeft de rechtbank, in weerwil van hetgeen [appellant] aldus in beroep heeft aangevoerd, terecht en deugdelijk gemotiveerd overwogen dat aannemelijk is dat de hond bij drie bijtincidenten betrokken is geweest. Nu de rechtbank voorts terecht heeft overwogen dat het dagelijks bestuur beoordelingsvrijheid toekomt bij het bepalen of een hond hinderlijk of gevaarlijk is, heeft zij eveneens terecht overwogen dat het dagelijks bestuur in redelijkheid de hond hinderlijk en gevaarlijk heeft kunnen achten. Hetgeen [appellant] ter zitting over zijn vrijspraak door de strafrechter heeft aangevoerd, doet hieraan niet af, omdat uit het aldus aangevoerde niet volgt dat niet aannemelijk is dat de hond bij voormelde bijtincidenten betrokken is geweest, dan wel niet in redelijkheid gevaarlijk of hinderlijk kan worden geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbcfb660e9dc16a7dcf057b9d84a9c752b9384ee8054c1b71597b6787df9c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbcfb660e9dc16a7dcf057b9d84a9c752b9384ee8054c1b71597b6787df9c27, en de alinea staat in dat document op bytes 18724 tot 20092.