Citaat | Raad van State 24 december 2014
Alinea 33 Raad van State 24 december 2014
Een alinea uit Raad van State 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4707.
4.1. Bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 in zaak nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18fb2cf3d0318991e55135d9cb4345cb52314585e2c823fe78c917da79287f2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18fb2cf3d0318991e55135d9cb4345cb52314585e2c823fe78c917da79287f2c, en de alinea staat in dat document op bytes 12712 tot 13285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18fb2cf3d0318991e55135d9cb4345cb52314585e2c823fe78c917da79287f2c | shasum -a 256