Citaat | Raad van State 26 februari 2014
Alinea 30 Raad van State 26 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:623.
Uit de stukken blijkt dat de Belastingdienst/Toeslagen [appellant] bij brief van 8 mei 2012 een antwoordformulier heeft toegezonden waarop [appellant] kon aangeven of hij het bezwaarschrift telefonisch of in een gesprek op het kantoor in Utrecht wenste toe te lichten. De gemachtigde van [appellant] heeft dit antwoordformulier gewijzigd en daarop aangegeven dat [appellant] zijn bezwaarschrift op het kantoor in Zaandam wil toelichten. Naar aanleiding van dit antwoordformulier hebben de Belastingdienst/Toeslagen en de gemachtigde van [appellant] op 5 juni 2012 telefonisch contact gehad. Bij brief van 11 juli 2012, derhalve na het besluit op bezwaar, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de strekking van dit gesprek aan de gemachtigde van [appellant] weergegeven. Nu [appellant] noch zijn gemachtigde uitdrukkelijk te kennen had gegeven dat hij niet meer wilde worden gehoord, had de Belastingdienst/Toeslagen uit de gang van zaken niet mogen afleiden dat [appellant] van die mogelijkheid heeft afgezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1, en de alinea staat in dat document op bytes 10037 tot 11057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1 | shasum -a 256